Licht en seizoenen

Daglengte

Seizoensveranderingen ontstaan door de rotatie van de aarde rond de zon in combinatie met de gekantelde aardas ten opzichte van het baanvlak van de aarde rond de zon. Met het verstrijken van de seizoenen treden veranderingen op. De mate van seizoenswisselingen hangen samen met de afstand tot de evenaar, in de vorm van de lengte van de dag en dus het aantal uren daglicht. Met de zomer komen lange dagen en korte nachten terwijl de winter wordt gekenmerkt door korte dagen en lange nachten. Veel organismen anticiperen op deze fluctuaties in daglengte door bijvoorbeeld de timing van voortplanting, rui/vervellen of migratie (vogels) aan te passen aan het seizoen. De moderne mens is minder fotoperiodisch, wat inhoudt dat onze gedragsveranderingen als gevolg van de seizoenen kleiner zijn. Vóór de industriële revolutie was er in Europa nog wel een duidelijk jaarritme te zien in conceptie en geboorte, met een piek in het aantal concepties aan het einde van het voorjaar (Foster & Roenneberg 2008). Tegenwoordig is er nauwelijks nog een ritme in het aantal concepties te onderscheiden; mogelijk speelt hierbij het wijdverbreide gebruik van kunstlicht een rol. Uit onderzoek naar fysiologische variabelen blijkt echter dat nog steeds seizoenspatronen onderscheiden kunnen worden in bijvoorbeeld de concentratie van het neuropeptide hypocretine in de menselijke hersenen, die gerelateerd zijn aan de daglengte (Boddum e.a. 2016).

Seizoensgebonden veranderingen in stemming, slaap etc

Als er al seizoensgebonden veranderingen optreden in het menselijk gedrag, zoals in slaap en welzijn, dan zijn die vooral zichtbaar in landen die ‘s winters zeer korte en ‘s zomers zeer lange dagen kennen. In het algemeen geldt dat mensen iets later en soms ook wat langer slapen in de winter dan in de zomer; bij mensen die duidelijke seizoensgebonden verschillen laten zien is de slaapduur in de winter gemiddeld 1,5 uur langer dan in de zomer (Kasper et al 1989). Deze mensen maken ook melding van minder energie overdag en stemmingswisselingen zoals toegenomen prikkelbaarheid in de winter in vergelijking tot de zomer. Bovendien neemt in de winter vaak de eetlust toe met een voorkeur voor koolhydraatrijk voedsel wat leidt tot een gewichtstoename van 2-5 kg vergeleken met de zomer. De symptomen beginnen vaak in de herfst met november, december en januari als de ‘zwaarste’ maanden. Bij een klein deel van de bevolking zijn de symptomen ernstiger waarbij men spreekt van seizoensgebonden depressie of ‘winterdepressie’ (Mersch et al 1999).

Voor informatie over het effect van licht

op gezondheid, welzijn en prestatie
Handige links
Volg ons!

Stichting onderzoek licht & gezondheid

Postbus 1082

5602 BB Eindhoven


040 2473791